fiscaal co-ouderschap

Een derde mogelijkheid i.v.m. de fiscale aftrekbaarheid voor kinderen, na de fiscale aftrekbaarheid voor kinderen ten laste en de fiscale aftrekbaarheid van (betaalde) onderhoudsbijdragen of alimentatie voor deze kinderen, is het fiscaal co-ouderschap.

Het fiscaal co-ouderschap is verwant aan het fiscaal voordeel dat die ouder krijgt voor kinderen ten laste en dat we hier onder het eerste punt reeds uitvoerig besproken hebben.

1. Wat is het fiscaal co-ouderschap

Het fiscaal voordeel voor de kinderen ten laste is een verhoging van de belastingvrije som (dat deel van uw inkomsten waarop u geen belastingen op betaalt) in functie van het aantal kinderen dat u ten laste heeft.

Hoger heeft u gelezen dat deze basis belastingvrije som ten belope van 7 090 euro (voor lage inkomsten gecorrigeerd naar 7 380 euro) verhoogd wordt al naargelang het aantal kinderen dat men ten laste heeft :

Voor 1 kind ten laste : een totale verhoging van 1 510 euro.
Voor 2 kinderen ten laste : een totale verhoging van 3 880 euro.
Voor 3 kinderen ten laste : een totale verhoging van 8 700 euro.
Voor 4 kinderen ten laste : een totale verhoging van 14 060 euro.
Voor elk kind boven het 4de: een bijkomende verhoging van 5 370 euro.

Een gehandicapt kind (meer dan 66 %) telt voor 2 kinderen.

Dit voordeel kan enkel toegekend worden aan diegene die de kinderen ten laste heeft en bij wie de kinderen op daadwerkelijke en duurzame wijze samenwonen.

Is er echter een bilocatieregeling of verblijfsco-ouderschap (meestal een week/week regeling), dan kunnen deze hoger vermelde belastingsvrije sommen echter 50/50 verdeeld worden tussen de ouders.

Het verdelen van de belastingvrije som voor de kinderen ten laste in het kader van een bilocatieregeling is wat men noemt het fiscaal co-ouderschap.

2. Voorwaarden voor het fiscaal co-ouderschap

Ook in dit geval dienen er verschillende voorwaarden ter zelfder tijd (cumulatief vervuld te worden, het is hier ook weer en, en, en, en niet en/of)

  1. De beide ouders dienen gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen uit te oefenen ( het wettelijk co-ouderschap).

Dit wil zeggen dat het fiscale co-ouderschap niet mogelijk is wanneer er een exclusief ouderlijk gezag is toegekend aan 1 van de ouders bij uitsluiting van de andere ouder.

Dit impliceert ook dat het fiscaal co-ouderschap enkel opgaat voor minderjarige kinderen want daar is er nog sprake van een ouderlijk gezag.

Is het kind of zijn de kinderen meerderjarig dan is er geen ouderlijk gezag meer en dan zou er ook geen fiscaal co-ouderschap mogelijk zijn. Hiervoor werd de wet aangepast en deze voorwaarde werd afgeschaft bij wet van 3 augustus 2016. Vanaf inkomstenjaar 2016, aanslagjaar 2017 kan het fiscaal co-ouderschap ook voor meerderjarige kinderen toegepast worden.

  1. In hoofde van de ouders : deze maken geen deel (meer) uit van hetzelfde gezin.

Dit is een voorwaarde die we ook nog zijn tegengekomen voor bvb de aftrekbaarheid van onderhoudsgelden.

Wonen de ouders nog samen dan geldt de gewone wettelijke regeling voor de fiscale aftrekbaarheid van de kinderen voor samenwonende ouders en wordt deze aftrek automatisch toegekend aan diegene met het hoogste netto belastbaar inkomen.

  1. Er dient een bilocatieregeling te zijn of een verblijfsco-ouderschap.

De fiscus spreekt terzake over een gelijkmatig verdeeld verblijf van de kinderen tussen beide ouders.

Deze situatie moet bestaan op 1 januari van het aanslagjaar in kwestie.

Dit houdt in dat om van het fiscaal co-ouderschap te kunnen genieten voor uw inkomsten van 2016 (zijnde AJ2017, ink 2016) deze situatie van het gelijkmatig verdeeld verblijf moet bestaan op 1 januari 2017.

Ook hier zal men de realiteit moeten aantonen en dit kan geschieden aan de hand van het vonnis dat de familierechtelijke overeenkomst tussen de ouders homologeert of het vonnis en de overeenkomst echtscheiding met onderlinge toestemming.

Daarin dient expliciet vermeld te zijn dat er gekozen wordt voor een bilocatieregeling of een gelijkmatig verdeeld verblijf tussen beide ouders en dat de ouders akkoord gaan om toepassing te maken van het fiscale co-ouderschap.

Zij kunnen bvb stipuleren dat zij bereid zijn om de belastingvrije som voor de kinderen ten laste tussen hen te delen.

Deze deling is 50/50, daar kan niet van afgeweken worden.

  1. Er mag voor deze kinderen geen onderhoudsgeld of alimentatie afgetrokken worden door één van de ouders. Ook hier loopt het in de praktijk wel eens fout.

Wanneer er een fiscaal ouderschap is (het delen van de belastingvrije som voor de kinderen ten laste) kan er geen toepassing gemaakt worden van de hoger vermelde aftrekkken voor de kinderen ten laste zijnde dus een volledig belastingvrije som voor één ouder en de aftrek van onderhoudsgelden door de andere ouder.

3. Besluit i.v.m. fiscaal co-ouderschap

Het fiscaal co-ouderschap is fiscaal niet altijd de meest interessante mogelijkheid.

Immers het verblijfsco-ouderschap of de bilocatieregeling brengen niet noodzakelijk met zich mee dat er geen alimentatie voor de kinderen betaald zal worden, alleszins zullen er nog kosten zijn (de niet-verblijfsgebonden kosten ) die door beide ouders gedeeld zullen moeten worden.

In het geval dat er serieuze kosten te betalen zijn en zeer zeker in het geval dat daar bovenop ook nog een alimentatie of een onderhoudsgeld dient betaald te worden door één van de ouders zal deze laatste deze betaalde bedragen fiscaal inbrengen als betaald onderhoudsgeld en we hebben hoger gezien hoe dat in zijn werk gaat.

De onderhoudsgerechtigde kan dan de volledige belastingvrije som voor de kinderen voor zich nemen.

lees verder:

Zie ook: http://financien.belgium.be/nl/particulieren/gezin/gezinssituatie/co-ouderschap