Erfrecht tussen samenwoners en gehuwden: De verschillen

Ik hoor het bijna wekelijks in mijn praktijk : “getrouwd of samenwonend dat is toch allemaal hetzelfde…”.

Laat ons vooreerst hopen dat de liefde en de bedoeling om er een intieme en gelukkige samenlevingsvorm van te maken in alle gevallen aanwezig is.

Maar voor het overige is er slechts één duidelijk antwoord op die opmerking mogelijk: neen, het is niet allemaal hetzelfde.

Er zijn nog steeds grote verschillen tussen gehuwden, feitelijke en wettelijke samenwoners.

Thans staan we stil bij één van de punten waar de meeste mensen niet het minste idee van hebben dat er dergelijke grote verschillen zijn en waar we in de praktijk al een aantal persoonlijke drama’s hebben meegemaakt:

Partners die op jonge leeftijd plots alleen achterblijven met kinderen en die helemaal niet hebben zien aankomen wat de gevolgen zouden kunnen zijn van het overlijden van hun partner.

Wie is wie ?

Gehuwden zijn uiteraard mensen die getrouwd zijn voor de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Van belang is om te weten dat het overgroot gedeelte der gehuwden getrouwd is zonder huwelijkscontract en derhalve valt onder het wettelijk stelsel.

Dit wettelijk stelsel bestaat uit een scheiding van goederen voor alle goederen die de gehuwden hadden voor het huwelijk en een gemeenschap van goederen voor alles wat verworven wordt tijdens het huwelijk.

Die gemeenschap is dus een soort van pot waar vanaf het ogenblik van het huwelijk alle inkomsten, schuldvorderingen, schulden en uitgaven in en uit gaan en dus gemeenschap genoemd wordt.

Die gemeenschap is een zeer specifieke situatie die we niet kennen bij feitelijke en wettelijke samenwoners en die we ook niet kennen bij gehuwden met een scheiding van goederen.

De algehele gemeenschap is een huwelijkstelsel waarbij men ook bovenop het wettelijk stelsel een (aantal) goederen van voor het huwelijk mee in de gemeenschap brengt.

De scheiding van goederen is een huwelijkscontract waarbij geen gemeenschap gecreëerd wordt maar enkel een aantal onverdeeldheden tussen de echtgenoten. Als de echtgenoten iets samen aankopen, bvb de gezinswoning, dan is dit in mede-eigendom maar valt dit niet in de gemeenschap (die niet bestaat).

Wettelijke samenwoners zijn diegenen die als dusdanig ingeschreven zijn in het bevolkingsregister en een verklaring van wettelijke samenwoonst hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Hou goed voor ogen dat er bij de wettelijke samenwoonst uiteraard geen huwelijkstelsel is, een gemeenschap is uitgesloten en men komt in de wettelijke samenwoonst tot een systeem dat erg vergelijkbaar is met een scheiding van goederen.

Feitelijke samenwoners zijn diegenen die wel op hetzelfde adres ingeschreven zijn doch geen verklaring afgelegd hebben bij de ambtenaar van de burgerlijke stand en dus juridisch gezien volslagen vreemden voor mekaar zijn, hoewel zij op één en hetzelfde adres samen met hun kinderen wonen.

Ook hier is er dus geen sprake van een gemeenschap van goederen en de situatie waarin zij zich bevinden is vergelijkbaar met een scheiding van goederen, er zijn een aantal onverdeeldheden doch het is allemaal erg onduidelijk hoe het patrimoniaal in mekaar zit.

Verschillend erfrecht

De hoger vermelde verschillen tussen deze drie samenlevingsvormen hebben uiteraard ook hun consequenties naar het erfrecht toe.

We gaan er hier vanuit dat de overledene kinderen heeft, ongeacht of deze kinderen ook de kinderen zijn van de langstlevende. Dat maakt geen verschil.

Bij het huwelijk erft de langstlevende het vruchtgebruik op de volledige nalatenschap van de overleden echtgenoot.

Die nalatenschap houdt de helft van de gemeenschap in (de andere helft is eigendom van de langstlevende) en de eigen goederen van de overledene.

In een geval waarin er een gezinswoning is, een aantal appartementen bvb die verhuurd worden (en die al dan niet in de gemeenschap vielen of eigen waren aan de overledene) dan heeft de langstlevende minstens het vruchtgebruik op die appartementen (de huurgelden dus) en op de gezinswoning met inbegrip van de inboedel.

Er is dus een zeer uitgebreid vruchtgebruik dat de overlevende partner beschermt ten aanzien van de kinderen. Bij testament kan dit vruchtgebruik slechts beperkt worden tot maximaal de helft van de nalatenschap van de overledene.

Is er dus geen testament dan blijft de langstlevende leven in de toestand waarin hij of zij zich bevond tijdens het huwelijk en kunnen de kinderen hier niet in tussenkomen.

In de wettelijke samenwoonst is deze bescherming heel wat minder riant. De langstlevende erft hier het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel hiervan, doch daar houdt het mee op.

In ons voorbeeld van hierboven kunnen de kinderen eisen dat de bewuste appartementen verkocht worden zodat zij “hun deel” krijgen.

Bij een feitelijke samenwoonst is er uiteraard geen enkele bescherming voor de langstlevende, ook niet op de gezinswoning.

Dit brengt met zich mee dat de kinderen kunnen eisen (in ons voorbeeld van hierboven bvb) dat de gezinswoning verkocht wordt omdat de kinderen hun deel wensen te bekomen.

Is een testament een oplossing ?

Ja en nee.

Wettelijke en feitelijke samenwoners kunnen door een testament meer doen toekomen aan de langstlevende dan wettelijk voorzien bij wettelijke samenwoners of meer doen toekomen aan de langstlevende bij feitelijke samenwoners omdat in dat laatste geval er wettelijk niets voorzien is.

Zij moeten er dan wel echter over waken dat de kinderen daarbij niet geheel of gedeeltelijk onterfd worden want anders kan dat bijkomende problemen met zich meebrengen.

Het testament is wellicht een oplossing maar het is ook een onzekere oplossing : elk testament is in principe herroepbaar. Men kan wederzijds een testament opmaken om mekaar te begunstigen bij vooroverlijden van degene die het testament opstelt.

Vermits echter elk testament herroepbaar is kan de partner, zonder dit mee te delen overigens en in het diepste geheim, een nieuw testament opstellen waarbij het vorige herroepen wordt en in feite de langstlevende zonder bescherming achterblijft.

Dit laatste kan volledig buiten diens medeweten gebeuren. Men denkt beschermd te zijn tot het testament opengedaan wordt….

Besluit

De meeste feitelijke samenwoners beseffen meestal niet in welke catastrofale omstandigheden de langstlevende kan achterblijven en wat er met de gezinswoning kan gebeuren bij vooroverlijden.

We zien hier een terugkeer naar situaties van vorige eeuwen waarbij de langstlevende echtgenoot niet beschermd was tegen aanspraken van (eigen) kinderen die hun deel van de nalatenschap opeisten.

Menige weduwe werd verplicht tot het verkopen van de woonst waar zij zovele jaren met haar man en kinderen samengeleefd had, en voor gewerkt had…

Om hieraan te verhelpen werd de wetgeving veranderd in de jaren ’70 van de 20ste eeuw en werd er gekomen, ter bescherming van de langstlevende, tot het vruchtgebruik van de langstlevende op de gehele nalatenschap van de overledene.

Dit heeft lange tijd uitstekend gefunctioneerd doch we zien nu dezelfde moeilijkheden terugkeren bij feitelijke samenwoners, en dit is nog het ergste, niet bewust van de risico’s die zij lopen als langstlevende.

Ook voor wettelijke samenwoners geldt hetzelfde : zij zijn zich niet bewust van het feit dat het erfrecht van de langstlevende enkel beperkt is tot de gezinswoning en de inboedel en niet verder gaat.

Hierbij komt nog het feit dat, in tegenstelling tot vroeger, in heel wat relaties ouders betrokken zijn die op hun beurt kinderen hebben uit verschillende relaties zodat bij overlijden er erfgenamen opduiken (halfbroers en halfzussen) die mekaar amper of nauwelijks kennen en een totaal verschillende ervaring met de overledene en diens partner gehad hebben.

Dit maakt de verdeling van de nalatenschap er niet eenvoudiger op.

Dat is dan ook de reden waarom familiale bemiddeling door een erkend familiaal bemiddelaar bij nalatenschap sterk aan belang wint om te komen tot gedragen oplossingen.

Bij de hervorming van het erfrecht zal men wellicht trachten het onderscheid tussen de verschillende samenlevingsvormen (huwelijk en wettelijke en feitelijke samenwoonst) op te heffen, minstens te beperken.

Daar omtrent is wel één en ander te vertellen en daar zijn toch ook wel een aantal beschouwingen rond te maken.

laatste aanpassing: 18 oktober 2016