Wijzigingen aan de Bemiddelingswet

Op dit ogenblik wordt er op het Ministerie van Justitie gewerkt aan de zogenaamde Potpourri IV Wet die in het kader van de bemiddeling een aantal wijzigingen zou invoeren.

De werkzaamheden hieraan liggen op dit ogenblik stil en het is nog onduidelijk wat er zal wijzigen tav de bestaande wet.

Blijkbaar heerst er toch wel een grote consensus over een aantal principes:

  • Het onderscheid tussen de “vrijwillige” en de “gerechtelijke” bemiddeling wordt wellicht opgeheven.

Er zou thans een onderscheid worden gemaakt tussen een gerechtelijke en een buitengerechtelijke bemiddeling. Deze laatste is dan wat vroeger bedoeld werd met een vrijwillige bemiddeling.

  • Men zou spreken over een erkend bemiddelaar en over een erkende bemiddeling want het onderscheid tussen familiale bemiddelaars, bemiddelaars in sociale zaken en/of in burgerlijke- en handelszaken zou afgeschaft worden.
  • Partijen zouden een overeenkomst kunnen sluiten om bepaalde zaken als niet-vertrouwelijk te behandelen.
  • De voorwaarden voor de erkenning van bemiddelaars worden verder uitgebreid (onder andere door een verplichte stage van 40 uur bij een ervaren bemiddelaar) en ook de permanente vorming van de reeds erkende bemiddelaars zal verder herbekeken worden.

Alleszins is het de bedoeling om tevens met de nieuwe bemiddelingswet een structuur aan te bieden om bemiddeling en vooral dan buitengerechtelijke bemiddeling te faciliteren.

Vermits België in de EU het land is met het grootste aantal procedures per 100 inwoners (in België zijn er dat 7 en in Nederland bvb 1) wil men de gerechtelijke bemiddeling en vooral dan in de familiale sfeer begunstigen om het aantal procedures voor de Familierechtbank te beperken.

Men zal trachten toch op één of andere manier de betrokkenen in de richting van de bemiddeling te duwen.

De begunstiging van de bemiddeling blijkt ook uit een aantal andere pistes die thans in overweging genomen worden :

  • Op het ministerie van Justitie zijn er gesprekken aan de gang over het ontwerpen van een uitgebreide rechtsbijstandsverzekering waarbij ook waarborgen voorzien worden wanneer er zich conflicten voordoen in de familiale sfeer.
  • Dit houdt in dat deze verzekering zou tussenkomen wanneer men een beroep moet doen op een bemiddelaar of een advocaat voor een probleem in de familiale sfeer.

In de familiale bemiddeling zal dit ertoe leiden dat er twee verzekeringen zijn die zullen tussenkomen (voor elk van de partijen) waardoor de dekkingsgraad verhoogd wordt.

  • In het kader van die gesprekken met de verzekeringssector zijn er ook gesprekken onder andere met de advocatuur over een nomenclatuur voor bepaalde prestaties en de bedoeling zou zijn in het kader van deze rechtsbijstandsverzekering hogere erelonen toe te kennen wanneer een zaak geregeld wordt via bemiddeling dan via een procedure.
  • Ook wordt er overwogen dat personen die dergelijke polis rechtsbijstand afsluiten deze ook zouden kunnen aftrekken in het kader van hun personenbelasting.
  • Tevens worden er ook maatregelen overwogen om procedures te voorkomen en partijen te bestraffen die niet proberen de zaak eerst op een andere en minnelijke wijze op te lossen.

Of men zover durft te gaan dat men een verplichte en voorafgaande poging tot bemiddeling zal invoeren alvorens een procedure op te starten, valt te hopen, want het is de enige manier om bemiddeling een kans te geven.

  • Om dit te realiseren dient men de titel en het beroep van bemiddelaar te beschermen en dit zal er toe leiden dat men enkel erkende bemiddelaars tot het beroep zal toelaten zodat de bemiddelaar als een evenwaardige actor in justitie kan staan naast advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarder en uiteraard de magistraten.

Men zal dus derhalve inzetten op de kwaliteit van de bemiddeling waardoor ook de bevoegdheden van de Federale Bemiddelingscommissie (FBC) zullen versterkt worden op het punt van erkenning, permanente vorming en de deontologie van de bemiddelaar.

  • Ook wordt er overwogen om in familiale zaken het rolrecht voor de Familierechtbank, dat thans 100 euro bedraagt, af te schaffen en gratis te maken wanneer he zaken betreft die ingeleid worden mits een akkoord dat opgemaakt werd door een erkend bemiddelaar.

Dit alles zijn nog maar een aantal tendensen die op dit moment blijken uit de ontwerpen die circuleren.

Er is al een voorstel terzake aan de Raad van State overgemaakt die advies heeft verleend over dit wetsontwerp.

Het oorspronkelijk ontwerp zal nu aangepast worden na bestudering van dit advies.

Welk precies ontwerp er nu te gepasten tijde door de Minister van Justitie aan het Parlement zal worden voorgelegd is op dit ogenblik nog onzeker en het is thans enkel koffiedik kijken.

Hetzelfde geldt uiteraard voor de tekst die dan uiteindelijk door de Kamer goedgekeurd wordt.

Het spreekt vanzelf dat we op dit punt u op de hoogte houden.

Laat ons hopen dat inderdaad de zaken die veranderd zullen worden de bemiddeling en bemiddelingspraktijk ten goede komen.

Wat ons betreft zijn we niet direct voorstander van de afschaffing van het onderscheid tussen familiale-, sociale en bemiddelaars in burgerlijke- en handelszaken.

 

De bemiddelaar kan dergelijke erkenning als bvb erkend familiaal bemiddelaar slechts krijgen wanneer hij een specifieke bemiddelingsopleiding in dat domein kan voorleggen.

Door deze specifieke erkenning mogelijk te maken kunnen de bemiddelaars zich in hun vakgebied naar mogelijke cliënten toe als dusdanig profileren en is het duidelijk voor iemand die problemen heeft met de andere ouder bijvoorbeeld over de kinderen of echtgenoten die willen scheiden dat zij zich tot een familiale bemiddelaar dienen te wenden en niet tot bvb een bemiddelaar in sociale zaken.

Te vrezen valt dat met de afschaffing van dit onderscheid het voor de rechtzoekende nog een grotere opdracht wordt om uit te komen bij een bemiddelaar die op de hoogte is van de juridische materie waarover het gaat zodoende dat dit wel eens de bemiddeling in de praktijk zou kunnen afremmen omdat de rechtzoekende gewoon niet weet tot wie zich te wenden.

Dit zal zich wellicht vooral voordoen voor de bemiddelde zaken die tot stand komen zonder dat er reeds een procedure aanhangig is gemaakt (wat vroeger de “vrijwillige” bemiddeling werd genoemd en wat wellicht de “buitengerechtelijke” bemiddeling wordt).

In dit geval gaan partijen soms samen op zoek naar een bemiddelaar om hem/haar het probleem voor te leggen.

Meestal geschiedt dit voor problemen in de familiale sfeer en dat zijn nu juist de mensen die het meest behoefte hebben aan informatie.

Blijkbaar is de optie die thans genomen wordt deze om te spreken van een “erkend bemiddelaar” ongeacht het vakdomein waar hij /zij in actief is. Dit zou dan kunnen opgelost worden dat een bemiddelaar zich kan profileren als : “erkend bemiddelaar – gespecialiseerd in familierecht”.

Dat is dan uiteindelijk een kwalificatie die de bemiddelaar zichzelf toekent en hoe en op welke wijze en mits het stellen van welke voorwaarden de Federale Bemiddelingscommissie kan en zal toezien of dergelijke toevoeging van specialisatie gerechtvaardigd is of niet, is op dit moment onduidelijk en zou er toe kunnen leiden dat, mits onvoldoende controlebevoegdheden, er misbruiken zouden kunnen optreden waarvan de rechtzoekende het slachtoffer zou kunnen worden.

We informeren u nog nader wanneer er verder nieuws is over de nieuwe bemiddelingswet.

LAATSTE AANPASSING : 27 OKTOBER 2016